Packard part two

Packard part two

Deel 1: Klik Hier

De Packard uit 1948 kreeg de bijnaam ‘zwangere olifant’, vanwege de gelijkenis daarmee sinds de carrosserie een aanpassing had ondergaan.
Desondanks werd het model snel populair. Het zorgde voor een record van 104.593 verkochte auto’s. Packard kwam in 1949 met een eigen automatische transmissie, ‘Ultimatic Drive’ geheten. In 1951 volgde de volledig nieuwe Twenty-Fourth Series. James J. Nance, directeur van Packhard sinds 1952, vond dat Packard zich, net als in vroeger tijden, moest specialiseren In luxe auto’s. De goedkope Clipper werd daarom tot eigen merk gebombardeerd. In 1953 richtte Packard zich voor het eerst weer op de exclusieve markt met een kleine productie van de met een door Derham ontworpen carrosserie voorziene Patricians en 750 Carib-bean-convertibles.

Het merk uitbereiden met meer merken

Nance was er zo op gebrand om uit te breiden en meer modellen te maken, dat hij in 1954 Studebaker opkocht. Drie maanden later introduceerde Packard de nieuwe modellen voor 1955, onder de naam ‘First Series’. Hoewel de carrosserie feitelijk alleen maar een knappe modernisering had ondergaan, vertoonde de auto daaronder toch een aantal revolutionaire snufjes. De wielophanging werd automatisch bijgerekend, afhankelijk van de belading, en verder was er de elektrisch bediende Twin-Ultramatic-automaat. Jammer genoeg had Nance de technici niet genoeg tijd gegund om alle’ kinderziekten op te lossen, wat de klanten de nodige ergernis bezorgde. In 1955 werden toch nog bijna 70.000 exemplaren verkocht. Het jaar daarop (1956) kwam met 13.000 stuks de terugslag.
Bovendien hing Studebaker als een molensteen om de nek van Packard. Het gevolg was dat de Curtis Wright Corporation de firma overnam tegen een som die gelijk was aan do belastingschuld. De laatste echte Packards verschenen in 1956, waaronder de ‘afschuwelijke’ Predictor, die was ontworpen door Dick Teague en werd gebouwd door Ghia in Turijn.

Nieuw model

Ook werd er een nieuw Executive-model geïntroduceerd om het gat tussen Clipper en Packard te overbruggen. Een jaar later degradeerde het merk echter al tot een Studebaker, voorzien van wat overgebleven Packard-versiersels. Van de lelijke Hawk, met zijn brede neus en grote staartvinnen. werden er slechts 588 gebouwd. Toen in 1958 de verkoop met 1745 auto’s een dieptepunt bereikte, maakte de directie van Studebaker, die na het vertrek van Nance de touwtjes in handen had gekregen, maar het zelf nauwelijks beter deed, een eind aan bestaan van Packhard.

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *