Audi motoren en interieur

Motoren

Het nieuwe model is 130 mm korter dan de oude Audi 80. De wielbasis is 8 mm langer, de spoorbreedte voor 16 rnrn en achter 11 mm groter. De motor is 14 mm meer naar achteren geplaatst, wat mogelijk werd door toepassing van een nieuwe versnellingsbak. Daardoor is de gewichtsverdeling wat verbeterd. Door montage van 14 inch-wielen konden de grote remschijven van de Audi 100 worden gebruikt. De basisversie heeft achter zichzelf instellende trommelremmen, maar vanaf de uitvoeringen met een motor van 112 pk zijn ook achter schijfremmen toegepast. Audi biedt de 80 aan met maar liefst acht verschillende motoren. De consument heeft onder andere de keuze uit een 1,6 liter-dieselmotor (54 pk), een 1,6 liter-turbodiesel (80 pk), een 1,6 liter-benzinemotor (75 pk), een 1,8 literbenzinemotor (90 pk), een 1 ,8 liter-motor met benzine-injectie (112 pk)en een 1,9 liter met benzine-injectie en katalysator (113 pk).

Die motoren zorgen er in samenwerking met de gunstige stroomlijn voor, dat alle Audi uitvoeringen goede prestaties leveren. Ter illustratie: de 80 met 80 pk turbodiesel heeft een topsnelheid van 172 km/ho Bij 120 km/h verbruikt deze versie slechts 5,8 liter brandstof per 100 km. Dankzij de grote brandstoftank met 68 liter inhoud, kan de Audi 80 turbodiesel met een volle tank meer dan 1000 km rijden!

De Audi 80 is voorzien van een volledig nieuwe versnellingsbak: tot 90 pk met vier en daarboven met vijf versnellingen. Ook de turbodiesel heeft vijf versnellingen. De sportiefste modellen hebben uiteraard overbrengingsverhoudingen die dat sportieve karakter benadrukken. Bij de minder sterke motoren is gekozen voor een bak die in de vierde versnelling reeds de maximale snelheid bereikt. De vijfde versnelling is een echte ‘spaarversnelling’, een overdrive voor rustig en zuinig rijden op de grote weg.

Aluminium

De nieuwe versnellingsbak onderstreept Audi’s streven naar het voortdurend perfectioneren van de techniek. In vergelijking met de bak van de oude 80 zijn allerlei detailwijzigingen doorgevoerd. Als materiaal is geen magnesiumlegering, maar gegoten aluminium gebruikt. De bouwwijze is opvallend compact, waardoor de bak ook erg stijf van constructie is. De achteruitversnelling is volledig gesynchroniseerd. Opmerkelijk is de compensatie voor uitzetting door warmte bij de secundaire aandrijfas. Bij verwarming zet het aluminium huis sterker uit dan de stalen as. Daardoor zou de speling groter worden, hetgeen onder andere tot een hoorbare verhoging van mechanische bijgeluiden zou leiden. Om dat te compenseren, heeft Audi een systeem bedacht waarbij een speciale schijf gemonteerd is die nog sterker uitzet dan het huis. Die uitzettende schijt drukt de as tegen het voorste lager. Alle nadelige effecten van de verschillen in uitzetting worden daardoor opgeheven.

Stoelen

Bij het ontwerpen van de Audi 80 hebben de technici op alle denkbare manieren gezocht naar het bereiken van een optimaal comfort. Dat betekent in de eerste plaats, dat de wagen erg veel binnenruimte moest hebben. In die opzet is men geslaagd, zoals blijkt uit de ‘comfortmaat’, de afstand tussen de pedalen en de rugleuning van de bestuurdersstoel. Die maat geeft aan hoeveel ruimte er is voor de bestuurder. Bij de Audi 80 is de comfortmaat 1.901 mm, een zeer goede waarde voor een personenauto in deze (midden)klasse. De vier portieren kunnen extra wijd open om de instap te vergemakkelijken. Nieuw zijn ook de stoelen. De stoelvulling is ontwikkeld op basis van de nieuwste inzichten met betrekking tot anatomisch-verantwoord zitten. De vulling bestaat uit pvc-schuim met harde en zachtere zones. Zo ontstaat ook extra zijdelingse steun voor het lichaam, belangrijk om bij het nemen van bochten in de juiste rijhouding te kunnen blijven zitten. Door verlenging van de zitting worden de bovenbenen beter ondersteund.

Ook bij lange ritten moeten de stoelen vroegtijdig optredende vermoeidheid voorkomen. De steun die het bovenlichaam ondervindt, is vergroot – het resultaat van de schouderondersteuning. De stoel zittingen zijn 15 mm hoger dan bij het oude model, waardoor men beter zicht op de weg en op de uiteinden van de wagen heeft. De stoel van de bestuurder is meervoudig verstelbaar, zodat de rijpositie aan vrijwel elk postuur kan worden aangepast. Als de stoel naar voren wordt geschoven, komt hij automatisch onder een andere hoek te staan. Daardoor wordt voorkomen, dat de voorkant van de stoel te hoog staat. Kleinere bestuurders kunnen dus altijd goed bij de pedalen.De achterbank van de nieuwe Audi 80 is eveneens verbeterd. Een hogere rugleuning en een nieuwe, steun gevende vorm maken het reizen ook voor de achter passagiers comfortabel

Continue Reading

Audi 80

Audi 80: een merk herleeft echt

In het begin van 1910 verscheen de eerste Audi op de weg. Daarmee lanceerde August Horch zijn eigen merk. Horch had een jaar eerder zijn eigen fabriek verlaten en was opnieuw van start gegaan als autofabrikant.

Tweeëntwintig jaar lang zou Audi goede, maar niet bijster revolutionaire auto’s produceren. Toen, in 1932, ging het merk met Horch, DKW en Wanderer op in het samenwerkingsverband dat de naam Auto Union kreeg. Men bleef auto’s onder de naam Audi bouwen, zoals de fameuze Audi Front.
De Tweede Wereldoorlog betekende het einde van de normale autoproductie voor Audi en de andere AutoUnionmerken. Na de oorlog werd de productie moeizaam hervat, maar de naam Audi was verdwenen, evenals Horch en Wanderer. Auto Union produceerde in die naoorlogse jaren alleen maar auto’s onder de naam DKW. Op 1 januari 1958 kocht Daimler-Benz 88% van Auto Union.

Later was het concern voor de volle 100% eigenaar. In 1964 werd aangekondigd, dat Auto Union door DaimlerBenz zou worden verkocht aan Volkswagen. Dat gebeurde in twee stappen. VW kreeg eerst de helft van Auto Union in handen, een jaar later de rest. De Volkswagendirectie verraste tijdens de Autosalon van Frankfurt in september 1965 vriend en vijand. Op die tentoonstelling werd de naam Audi opnieuw geïntroduceerd. De wedergeboorte van het merk kreeg gestalte met de Audi 60. Dat was een op basis van de DKW F102 (een model uit 1962) gebouwde sedan. De door Daimler-Benz ontwikkelde viercilinder, een viertaktmotor met waterkoeling had 1 ,7 liter inhoud. In 1966 werd het leveringsprogramma van Audi uitgebreid, onder andere met de Audi 80 (1,8 liter, 80 pk) en de Audi 90 (1,8 liter, 90 pk). Toen werden de modelaanduidingen 80 en 90 voor het eerst gebruikt. In 1973 kwam het merk met een geheel nieuwe Audi 80. Dat model onderstreepte de nauwe samenwerking met VW: de VW Passat uit dat jaar was in technisch opzicht min of meer zijn tweelingbroer.

Onafhankelijk

Aan het eind van 1978 werd de Audi 80 nog eens duchtig onder handen genomen. De vernieuwde wagen vertoonde sterke overeenkomsten met de twee jaar eerder gelanceerde Audi 100. Daarmee was Audi duidelijker dan bij eerdere modellen een van VW onafhankelijke koers gaan varen. Op basis van een verdeling van de markt zouden Audi en VW vanaf die tijd elk op een eigen koperspubliek gaan mikken.

In 1981 kwamen er voor de Audi 80 nieuwe motoren. De wagen werd toen ook leverbaar met een 1,3 liter-motor (60 pk) en met een vijfcilinder van 1,9 liter, die 115 pk leverde. De eigen koers van Audi werd pas goed onderstreept in 1982. Toen lanceerde het merk de nieuwe Audi 100, een baanbrekende, aerodynamisch gelijnde limousine die prompt tot Auto van het Jaar werd gekozen. Aan het eind van 1986 voltooide Audi de metamorfose van VW-aanvulling tot wereldmerk. Toen rolden de eerste exemplaren van de nieuwe Audi 80 van de band. Dat model gaf een nieuwe dimensie aan de drukbezette (en technisch interessante) middenklasse.

De nieuwste Audi 80 viel direct op door zijn zeer fraai gelijnde, strakke carrosserie. Dat de wagen een lage luchtweerstand (slechts 0,29 Cw-waarde) had, was eigenlijk zo al te zien. Een dergelijke lage Cw-waarde is meestal voorbehouden aan grotere auto’s. Maar de Audi 80 is met een lengte van 4,393 mm zelfs korter dan zijn 4,406 mm lange voorganger met dezelfde naam. De spraakmakende voorgáande Audi 100 viel al op met een Cw-waarde van 0,30, in 1982 het laagste getal dat ooit voor een in serie gemaakte auto was bereikt. Dat cijfer onderstreept de aerodynamische kwaliteiten van de nieuwste 80. Die blijken verder uit het feit dat de 80 een frontaal oppervlak (breedte x hoogte) van slechts 1,91 m2 heeft. Vermenigvuldiging van frontaal oppervlak met Cw-waarde levert het getal 0,55 op: een absolute topwaarde in de middenklasse. Ter vergelijking: de ook al niet slecht gestroomlijnde ‘oude’ Audi 80 scoorde 0,73. De ontwikkelingstechnici van Audi hebben alle mogelijkheden benut om de 80 zo gestroomlijnd mogelijk te krijgen. Uiteraard hebben in de windtunnel verrichte studies veel tot het eindresultaat bijgedragen. De naar voren aflopende motorkap is qua profilering en wat bovenaanzicht betreft, sterk afgerond. De voorruit is 4,50 vlakker geplaatst dan bij de oude 80. Daardoor komt er wat meer zonnewarmte binnen, maar die wordt door warmte werend glas en een zonwerende strook onder de bovenrand van de voorruit binnen de perken gehouden.

Aerodynamisch

De elastische bumpers en de voorspoiler vormen één doorlopend geheel, zonder scherpe hoeken. Die voorspoiler is tot onder de vooras (onder de wagen dus) doorgetrokken. Daardoor wordt de motorruimte aan de onderzijde afgesloten. De luchtweerstand wordt erdoor verkleind en bovendien wordt de wagen stiller: het motorgeruis kan niet naar onderen uitstralen.

Zoals bij alle aerodynamisch gelijnde wagens, speelt de verwerking van de ruiten een grote rol. De voor- en achterruiten en de driehoekige zijraampjes zijn met de carrosserie verlijmd. Daardoor wordt de carrosserie stijver, terwijl de vlakke verlijming het werken zonder uitstekende bevestigingen mogelijk maakt. Bij de deuren zijn uitwendig in de carrosserie opgenomen ruiten toegepast. Dat principe is bij Audi ontwikkeld. Veel aandacht is besteed aan de overgang tussen de zijdelingse raamvlakken en de achterruit. Die overgang is in de windtunnel zo vloeiend mogelijk gemaakt, zodat turbulentievorming tot een minimum beperkt blijft. Zelfs de deurgrepen zijn verzonken en een achterspoiler perfectioneert de stroomlijn van de wagen, Dat er bij de Audi 80 werkelijk over elk detail is nagedacht. blijkt uit de asjes van de ruitenwissers. Om te voorkomen dat fietsers en voetgangers zich daaraan bij een aanrijding verwonden, zijn die asjes verzonken aangebracht.

De nieuwste Audi 80 is meer dan een wonder van aerodynamische doelmatigheid. De wagen is – evenals de Audi’s 1 00 en 200 – voorzien van een carrosserie van tweezijdig verzinkt plaatstaal. Ideaal voor een dakdrager

De volledige verzinking plus de hoogwaardige lak maken de Audi optimaal bestand tegen roestvorming. Ook onderdelen als deurscharnieren en motorophanging zijn verzonken.

De Audi 80 heeft voorwielaandrijving, net als zijn voorganger. De voorwielen worden door dwarstriangels en McPherson-veerpoten geleid. De wielophanging is zodanig, dat een duidelijk naspoor is verkregen. Audi omschrijft het resultaat als een zichzelf corrigerende stuurinrichting. Naspoor leidt tot meer stabiliteit bij rechtuit rijden door automatische centrering van de wielen. Voor de achterwielophanging werd opnieuw gekozen voor een traditionele torsieas met een diagonale Panhardstang. Bij dit systeem blijft de afstand tussen beide wielen onder alle rijomstandigheden precies gelijk. Bij het inveren sluit de diagonale Panhardstang een zijdelingse beweging tussen as en carrosserie uit.

Continue Reading

De reputatie van Audi

Nieuwe Audi modellen

Met de nieuwe 80- en so-modellen heeft Audi zijn reputatie als wereldmerk krachtig onderstreept. Die reputatie werd met de introductie van de Audi 100 eigenlijk in korte tijd opgebouwd en door de Quattro-modellen op uiterst sportieve wijze benadrukt. De 80 en de 90 zijn heel doordachte, uitgebalanceerde auto’s, die hun eigen plaats op de markt hebben weten te veroveren. Het had de oude heer Horch ongetwijfeld plezier gedaan, als hij deze grote wederopstanding van zijn merk had kunnen meemaken.

Audi 200: de voorlopige top

De wens van Audi om ook in de allerhoogste klasse van de auto-industrie een hoofdrol te spelen, krijgt sinds 1988 vorm in de Audi 200. Het is een bekend feit dat het Duitse merk druk doende is met nog imposantere wagens, voorzien van een V8-motor. Voorlopig moet het publiek tevreden zijn met de 200-serie.

In die serie wordt de 2,2 liter vijfcilinderkrachtbron benut die Audi al zoveel roem gebracht heeft. Bij alle 200-modellen is die motor voorzien van mechanische brandstofinjectie en van een uitlaatgascompressor met interkoeling. Dat resulteert in 165 pk bij 6500 toeren per minuut., goed genoeg om de Audi 200 een topsnelheid van ruim 210 km/h te geven. Daarbij moet opgemerkt worden, dat deze waarden bereikt worden met normale ongelode benzine, want de 200 is voorzien van een katalysator. Met superbenzine en zonder katalysator levert hetzelfde blok precies 200 pk. De 200 is leverbaar als 200 Turbo, als 200 Quattro en als 200 Avant Quattro (stationwagen). Met de 200 Quattro deed Audi in het midden van 1988 een gooi naar een aantal wereldsnelheidsrecords. Voor dat doel was de motor voorzien van een kop met vijf kleppen per cilinder. Uiteraard was de motor ook in andere opzichten onder handen genomen door de rally-experts van Audi, met als gevolg een vermogen van 650 pk! Het wereldrecord op de 1000 kilometer werd gebracht op 326,4 km/h, dat op de 500 mijl kwam op 324,5 km/ho En hoewel zulke prestaties met de standaardwagen uiteraard onhaalbaar zijn, zegt het volbrengen van deze uithoudingsproeven wel iets over de betrouwbaarheid van Audi’s paradepaardje. In de winter is het belangrijk om op plekken waar veel sneeuw ligt sneeuwkettingen/ te gebruiken.

De vijfcilinderkrachtbron heeft een zesmaal gelagerde krukas en een lichtmetalen cilinderkop. De hydraulisch bediende kleppen worden door een enkele bovenliggende nokkenas in beweging gebracht. De brandstofinjectie wordt mechanisch verzorgd. In het systeem zijn een warmloopregelaar en verstuivers toegepast. Een computer regelt de brandstoftoevoer en de klopgrens.

 

 

 

 

 

Audi 200

De 200 is voor en achter geveerd door middel van schroefveren met telescopische schokdempers. De wielophanging bestaat uit veerpoten met triangels aan de onderzijde. Achter is een torsieas met Panhardstang en stabilisator toegepast. Bij de Quattro uitvoering is achter uiteraard een onafhankelijke wielophanging te vinden. Bij autoscout24.nl/auto/audi/audi-quattro/ kun je de Audi Quattro zelf kopen. De Audi 200 is een ruim bemeten auto met een lengte van net boven de 480 cm. Dankzij uitgebreid onderzoek in de windtunnel heeft de wagen een zeer gunstige luchtweerstand. De Cw-waarde is 0,33. Vanzelfsprekend heeft Audi ook bij het topmodel veel aandacht aan de veiligheid besteed. Zo is de wagen uitgerust met een antiblokkeersysteem (ABS) op de remmen. De Audi 200 is Audi’s topmodel. Maar om in de allerhoogste autoklasse werkelijk een rol van betekenis te spelen, is het merk al jaren bezig met de ontwikkeling van een echte superwagen. Die nieuwe Audi zal dan de strijd met Mercedes Benz, BMW en Jaguar aan moeten kunnen. En daarvoor is het niet alleen nodig dat het nieuwe topmodel technisch subliem is, maar ook dat Audi een aansprekende vormgeving vindt.

Continue Reading